Waarom zouden wij uitvinden?

Bijdrage: Georges Plat

27-09-06 Nadenken over verbetering van onze leefomgeving is ongeveer het aardigste dat een mens met zijn superbrein kan doen. Uit nood geboren, of juist geïnspireerd door het ongelooflijke dat al is bereikt bedenken mensen, meestal ongevraagd, oplossingen. Van de duizend oplossingen zijn er misschien drie echt de moeite waard, en zouden we de bedenker collectief willen bedanken.

De bedenker bedanken. Hoe gaat dat? Simpel toch. We belonen hem gewoon door zijn product te kopen. Handelaren en fabrikanten zijn duidelijk toegewijd in het bevredigen van onze behoeften en zullen dus de beste ideeën naar zich toe trekken. Zij weten immers het beste wat wij willen. Dat wordt namelijk onderzocht. En zij weten ook welke ideeën uitvoerbaar zijn. Zij voeren immers de ideeën uit. Het enige dat wij hoeven te doen is ons laten verleiden en zorgen dat we genoeg geld hebben om mee te doen. Uitvinder, bedankt!

Je rijdt met je auto. Links en rechts bomen en dan draait er plotseling vlak voor je iemand de weg op. Vol in de remmen. Hevig trillen van het rempedaal doet je beseffen dat je die bomen waarschijnlijk niet zal gaan raken. Door het oog van de naald.
Tijd voor grote dankbaarheid. Eerst god. Dan jezelf dat je ABS hebt gekocht. Dan de verkoper dat hij je heeft overtuigd. Misschien nog de fabrikant dat hij het systeem zover heeft ontwikkeld dat je het kunt betalen. En heel misschien de uitvinder van ABS.
Hier laat het logisch verstand toch even geheel afweten. De volgorde van dankverschuldiging zou logischerwijs zijn bepaald door de mate van onmisbaarheid voor de samenloop van omstandigheden. En die ligt hier toch precies omgekeerd. Uitvinder, Bedankt!

Maar waarom zouden wij dan uitvinden? Een goede uitvinding biedt slechts beperkt uitzicht op geld of dankbaarheid. En toch kunnen we het niet laten. Iets drijft ons om te blijven nadenken hoe we onze omgeving kunnen verbeteren. Als een biologisch feit. Net zoals dat mensen altijd zullen blijven zoeken naar verstrooiing en geestverruiming.
De neiging tot verbeteren lijkt zelfs los te staan van de kwaliteit van leven. De gedachte dat alles beter kan lijkt onbegrensd. Maar is zij ook redelijk? Zal onze scheppingsdrang uiteindelijk zinvol blijken voor onze kerntaak: overleven? Of zal zij leiden tot onze ondergang?

We zijn een heel eind gekomen. Een deel van ons leeft extreem comfortabel en wordt ouder dan genetisch lijkt bepaald. We kunnen de wereld honderd keer vernietigen en hebben al zestig jaar weten te voorkomen dat dit ook gebeurt.
Maar er is ook op grote schaal armoede en gebrek aan alles. Een mondiale ecologische ramp stevent op ons af, terwijl het menselijk aandeel daarin willens en wetens doorgaat.

Er tekent zich een paradox af: Gebruik van nieuwe technologie bedreigt de aarde. En om die bedreiging af te wenden hebben we nog nieuwere technieken nodig. Allereerst om te zorgen dat massale consumptie van techniek verder geen schade meer maakt. En als we daar te lang over gaan doen zullen er uiteindelijk technieken moeten worden gevonden om die schade te herstellen.
Vooropgesteld dat dit laatste zeer moeilijk zal zijn, is het dus een zaak van het allergrootste belang om de noodzaak hiervan zoveel mogelijk te voorkomen. Maar omdat menselijk ingrijpen in ecologisch herstel hoogstwaarschijnlijk onontkoombaar is, en we daarbij afhankelijk zullen zijn van zeer geavanceerde techniek, heeft het geen zin om bij het voorkomen van de schade het accent te leggen op het afremmen van technologische ontwikkeling. Dag, geitewollensokken!

Zelfs het opschalen van welvaart past in deze filosofie. Massaconsumptie brengt immers het geld bijeen voor de benodigde research. Maar hier komen ook de maatschappelijk gevoeliger dilemma’s om de hoek kijken. Tot nu is dit verhaal er één van het type: het komt wel goed, vooral doorgaan. Maar zo simpel kan het natuurlijk helaas niet zijn.
De vraag is namelijk helemaal niet of we het ons wel kunnen permitteren technisch te ontwikkelen. De vraag is veel meer hoe we dat gaan doen. Waar willen we naartoe. Als we de fantasie van technisch begaafde dagdromers volgen dan ziet Utopia er geweldig uit. Maar dit type vooruitgangsdenkers zit helaas niet aan het roer.
Aan het roer zitten wetenschappers en geniën die eten uit de hand van Amerikaanse Defensie. De absolute hoofdmotor van toptechnologie. (hoeveel legervoertuigen zouden zijn uitgerust met ABS ?) En in burgerland ontwikkelaars in dienst van grote bedrijven.
Beide groepen dienen een belang dat afwijkt van het centrale doel techniek te ontwikkelen om door te leven. Decentraal, binnen het kader van hun opdracht, doen zij dit natuurlijk wel. En wel met zoveel succes dat vrijwel elke poging tot technische verbetering uit een andere hoek op voorhand kansloos lijkt. Marginaal succes wordt pas gezien als zij serieus concurreert met grote partijen.

Technisch begaafde dagdromers. Fantasie. Ideeën genoeg. Domheid regeert, maar mensen zijn slim. Tussen alle kaders door vormen we een netwerk van bewustzijn. Een netwerk dat gedreven door de wil om te leven uiteindelijk elke vorm van bedreiging daarvan zal ontmaskeren. En oplossingen zal bedenken om nieuwe kaders te vormen waarbinnen ons gezamenlijke doel wel kan worden bereikt. Heeft iemand soms iets beters te doen?

  REACTIES GESLOTEN